Aandoeningen

Wat is COPD

De afkorting COPD staat voor Chronic Obstructive Pulmonary Disease (Chronische obstructieve longaandoeningen). COPD is een verzamelnaam voor longaandoeningen die zich kenmerken door een vernauwing van de luchtwegen die niet of niet geheel omkeerbaar is. Deze vernauwing wordt geleidelijk aan erger en hangt meestal samen met een abnormale ontstekingsreactie van de longen op prikkels van buitenaf, zoals roken, kleine gasdeeltjes of fijnstof. Die vernauwing maakt het ademen moeilijker en minder efficiënt.

Klachten en symptomen van COPD

Typische verschijnselen van COPD zijn hoesten en slijm opgeven. Kortademigheid bij inspanning en piepende ademhaling zijn andere bekende verschijnselen bij patiënten met COPD. Patiënten met COPD kunnen geregeld luchtweginfecties hebben, waardoor hun conditie verder achteruitgaat. Deze perioden worden wel exacerbaties genoemd. COPD kan grote beperkingen opleveren. Inademen gaat meestal wel, maar vooral uitademen levert een probleem op.

Als COPD-patiënten zich inspannen gaan ze sneller ademen. De druk in de borstkas kan te groot worden voor de kleine, minder stevig geworden luchtwegen, waardoor ze bij het uitademen vroegtijdig dicht kunnen gaan zitten. De ademhaling wordt kort en oppervlakkig. Ook de zogenoemde hulpademhalingsspieren gaan meedoen om toch voldoende zuurstof binnen te krijgen. Op den duur leidt dit tot een inademingsstand van de borstkas. Normaal ademen kost steeds meer energie en de COPD-patiënt wordt snel benauwd. Als patiënt met beginnend COPD merkt u dat tijdens zwaardere lichamelijke inspanning zoals fietsen tegen de wind in of hardlopen. Als de COPD verergert, kunt u al benauwd worden bij bijvoorbeeld traplopen of stevig wandelen.

Wat doet de fysiotherapeut?

Het is zeer belangrijk om een actieve leefstijl te hebben. De fysiotherapeut kan hierbij helpen door middel van een beweegprogramma en het trainen van de spieren. Door beweging houdt u uw conditie op peil. U raakt minder snel vermoeid, u herstelt sneller na een infectie en u voelt zich minder benauwd na inspanning. Ook hebben spieren die getraind worden geleidelijk minder zuurstof nodig. Dit zorgt dat u minder benauwd wordt. Daarnaast kan training ook een positieve invloed hebben op andere aandoeningen die vaak voorkomen in combinatie met COPD zoals cardiovasculaire aandoeningen, diabetes en perifeer vaatlijden.

Naast het beweeg aspect kan de fysiotherapeut ademhalingstechnieken met u oefenen. Deze technieken zijn onder andere gericht op het goed kunnen uitademen en het schoonhouden van de luchtwegen door slijm te verwijderen

Wat is artrose?

Artrose, in de volksmond ook wel slijtage genoemd, is een achteruitgang van het kraakbeen in een gewricht. Een gewricht bestaat uit twee botuiteinden waar kraakbeen overheen zit. Kraakbeen is belangrijk omdat het schokken opvangt en ervoor zorgt dat u zich soepel kunt bewegen. Rondom het gewricht zitten het gewrichtskapsel en de gewrichtsbanden. In dat gewrichtskapsel zit een soort smeermiddel dat ervoor zorgt dat het gewricht zijn werk doet. Bij artrose wordt het gewrichtskraakbeen dunner en neemt de kwaliteit ervan af. Het gewricht kan dikker aanvoelen door een stukjes vergroeid bot of door een gezwollen gewrichtskapsel.

Artrose komt over het algemeen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Met name oudere mensen hebben er last maar ook bij jongeren en sporters met verschijnselen van overbelasting komt artrose voor. Als bijvoorbeeld iemand na een blessure te snel een geïrriteerd gewricht belast kan versneld artrose optreden.

Klachten en symptomen van artrose

Als u last van artrose heeft, is het vaak moeilijk om te bewegen. Het meest voorkomende symptoom van artrose is pijn die optreedt wanneer u het gewricht langere tijd achter elkaar gebruikt. Die pijn neemt vaak toe gedurende de dag maar kan ook optreden wanneer u niets doet. Naast pijn kunt u ook last hebben van stijfheid. Meestal verdwijnt deze stijfheid als u even in beweging bent.

Heupartrose: bij heupartrose voelt u de pijn meestal in uw lies en aan de voor- en zijkant van uw heup. De pijn kan uitstralen naar uw bovenbeen of knie.

Knieartrose: bij knieartrose zit de pijn voornamelijk in en rondom uw knie, maar u kunt de pijn ook voelen in uw bovenbeen of heup. Artrose in de knie kan in een vergevorderd stadium leiden tot X-benen of O-benen.

Wat doet de fysiotherapeut

Artrose is niet te genezen. Kraakbeen herstelt niet wanneer dit is beschadigd. Het belangrijkst is om een actieve leefstijl te houden. De fysiotherapeut kan u hierbij helpen. Door op een verantwoorde manier te bewegen gaat u zich minder stijf voelen en verbetert uw conditie. De fysiotherapeut geeft u oefeningen om gericht de spieren rondom het pijnlijke gewricht te versterken. Door deze spieren te trainen wordt het gewricht beter ondersteund en zal de pijn uiteindelijk minder worden. Naast de oefeningen krijgt u tips en adviezen over hoe u het best met de klachten om kan gaan in het dagelijks leven.

Behandeling met de Phystrac tractie methode 

Wat is Carpaal Tunnel Syndroom (CTS)

De oorzaak van CTS ligt in verhoogde druk op de mediaan zenuw in de carpale tunnel. De carpale tunnel bestaat uit handwortel botjes en wordt aan de bovenkant door een bandje afgesloten. In deze tunnel lopen 9 pezen van de vingerbuigers samen met de mediaan zenuw. Beknelling van deze zenuw verstoort zijn functie, wat leidt tot klachten in de vingers. Vaak is de oorzaak een aanhoudende belasting  bij werkzaamheden zoals typen, schrijven of fietsen. Ook na of tijdens een zwangerschap komt CTS regelmatig voor. Een enkele keer ligt de oorzaak in een verandering van de anatomie van de pols, waardoor de tunnel zelf al kleiner is. De kans op beknelling van de zenuw is dan een stuk groter. Dit kan aangeboren zijn of ten gevolge van een ongeluk.

Klachten en symptomen bij CTS

De meest voorkomende klachten bij CTS zijn tintelingen en een doof gevoel in de vingerstoppen. In het begin gebeurt dit vooral ’s avond en ’s nachts, wat tot een verstoorde nachtrust leidt. In een later stadium speelt dit overdag ook op en kan gepaard gaan met pijn, die vanuit de hand door kan trekken tot aan de nek. Per individu kunnen de klachten anders zijn.

Mogelijke symptomen bij CTS zijn:

  • Tintelende/prikkelende vingers (slapende hand)
  • Gevoelsstoornis in de hand en vingers (doof gevoel, veel uit de handen laten vallen)
  • Pijn in hand, vingers en/of onderarm die zelf door kan trekken tot de nek
  • Krachtverlies in hand en vingers (voorwerpen laten vallen, geen potjes meer open krijgen)
  • Stijfheid van de handgewrichten

Wat doet de fysiotherapeut

KennemerFysio is in de omgeving Alkmaar uniek met de behandeling van CTS. Wij werken namelijk met de Phystrac tractiebehandeling.

Phystrac Tractiebehandeling

In het verleden kon CTS alleen behandeld worden door middel van een operatie of een injectie. Veel mensen zien op tegen een operatie en zijn op zoek naar een alternatief.

Wij bieden dit alternatief in de vorm van het Phystrac tractieapparaat. De afgelopen jaren hebben wij hier al veel goede resultaten mee behaald. Inmiddels is er een wetenschappelijk onderzoek afgerond, waarin het als effectief wordt bewezen bij 70-80% van de deelnemers.

Hoe werkt het?

Het apparaat zorgt voor een verruiming en ontspanning van het weefsel rondom de carpale tunnel door toepassing van een serie tracties ter hoogte van de handwortel. De behandeling is pijnloos en patiënten kunnen hun dagelijkse activiteiten blijven voortzetten. Daarnaast is er geen operatie met revalidatie-periode nodig. De behandeling valt onder de normale fysiotherapie.

  • Effectief 70% van de CTS-patiënten merkt al binnen 6 behandelingen een verlichting van de klachten.
  • Duurzaam Uit onderzoek blijkt dat 60% van de behandelden na 2 jaar nog steeds geen klachten meer heeft.
  • Veilig U kunt tijdens de therapie gewoon door gaan met uw dagelijks leven.
  • Pijnvrij U merkt slechts een gevoel van oprekken.

CTS tijdens of na de zwangerschap 

Bij zwangeren is de oorzaak van de klacht vrijwel altijd het vasthouden van vocht, waardoor een operatie of injectie niet van toepassing is. Wel kunnen wij verlichting bieden middels ons aangepast protocol voor zwangeren. In dit protocol wordt door middel van een stroomdiagram een zo veilig, effectief mogelijke benadering op maat gekozen. Dit kan bestaan uit tractie behandeling, brace gebruik, tractie met de hand, medical taping en/of adviezen gericht op het afdrijven van vocht en het beperken van de druk het gewricht. Eventueel zouden zij mee kunnen doen aan ons ZwangerFit-programma.

Na de bevalling

Wanneer u na de bevalling nog steeds CTS klachten houdt, dan maken wij op basis van verschillende factoren de keuze of we overstappen naar het normale protocol of dat we nog doorgaan met het protocol voor zwangeren. Als u geen borstvoeding geeft, dan gaan wij sneller over op het standaard protocol. Dit heeft o.a. te maken met langer aanwezig blijven van bepaalde hormonen in het lichaam bij het geven van borstvoeding. Om die reden hanteren wij langer het ‘CTS protocol zwangeren’ indien u ervoor heeft gekozen om borstvoeding te geven.

Wat zijn nekklachten?

Nekpijn is na rug- en schouderklachten de meest voorkomende klacht aan het bewegingsapparaat. Ongeveer twee op de drie mensen heeft in het leven wel eens last van nekpijn. Meestal is er geen duidelijke oorzaak voor de nekpijn en is de pijn binnen een aantal weken weer weg.

Hoe nekpijn ontstaat is niet altijd duidelijk. Mogelijk komt het door spanningen, overbelasting, een verkeerde beweging of een verkeerde houding. Ook na een val of stoot, bijvoorbeeld bij sporten, kan de nek pijn doen. Mogelijk oorzaken:

Stijve spieren

U kunt een spier verrekt hebben. De nekspieren kunnen ook stijf worden als reactie op pijn. Soms kunnen de spieren aan een kant van uw nek zo strak, hard en stijf zijn, dat het lijkt alsof uw nek vast zit. Het kan veel pijn geven en uw hoofd kan er scheef van staan. We noemen dit ‘torticollis’.

Whiplash

Ook na een ‘kop-staartbotsing’ kunnen nekklachten voorkomen. Bijvoorbeeld als de auto achter u tegen uw auto botst waarna u tegen de auto voor u botst. Daarbij slaat uw hoofd met kracht naar achter en dan naar voren. Dit heet een ‘whiplash’. De spieren krijgen bij zo’n ongeluk een grote klap te verwerken en dit kan voor langdurige klachten zorgen, terwijl er meestal geen echte schade in de nek aanwezig is.

Artrose

Bij ouderen kunnen de gewrichtjes tussen de wervels wat slijten en veranderen (artrose). Dit kan chronische nekpijn geven.

Door botontkalking(osteoporose) kunnen de nekwervels soms inzakken. Ook kunnen gemakkelijk wervelbreuken ontstaan. Dit komt vooral voor bij ouderen, met name bij vrouwen na de overgang.

Zeldzame oorzaken van nekpijn zijn: nekhernia, hersenvliesontsteking (nekkramp), reuma, wervelbreuken of een uitzaaiing van kanker. Bij minder dan 2% van de mensen met nekpijn speelt een van deze oorzaken een rol.

Klachten en symptomen bij nekklachten

Gewone nekpijn kan plotseling ontstaan of meer geleidelijk en is hevig of zeurend. Bij hevige pijn zijn bepaalde houdingen en bewegingen soms niet meer mogelijk. De pijn kan samengaan met een stijf gevoel en/of uitstralende pijn naar hoofd, schouder of arm. Nekpijn kan erg hinderlijk zijn om dagelijkse activiteiten te doen, zoals over de schouder kijken tijdens het autorijden. Bij een hernia kunt u ook tintelingen en dove plekken in vingers en armen ervaren.

Bij een whiplash worden naast de nekpijn onder anderen de volgende klachten genoemd: duizeligheid, concentratieproblemen, vergeetachtigheid, oogklachten, oorklachten, bewegingsangst en overgevoeligheid voor licht en geluid.

Wat doet de fysiotherapeut

Veel nekklachten komen uit houdingsgerelateerde oorzaken of overbelasting. Dit zijn dan ook één van de eerste dingen waar de fysiotherapeut naar zal kijken. Mocht dit de oorzaak zijn van de klachten, dan kan de fysiotherapeut houdingsadvies geven en een oefenprogramma opstellen gericht op het verbeteren van uw houding. Wanneer overbelasting de oorzaak is zal er voornamelijk worden aangestuurd op een aangepaste belasting van de nek, zodat deze kan herstellen. Zodra de klachten afnemen kan de belasting weer geleidelijk worden opgevoerd.

Naast een oefenprogramma gericht op stabiliteit van de nek, houdingsadviezen en massage ter ontspanning van de spieren, kan het nek/schouder gebied ook worden behandeld met medical taping. Deze tape kan ondersteunen in het corrigeren van de houding, maar kan ook een ontspannende prikkel geven aan de spieren.

Wat zijn rugklachten?

Rugklachten zijn een van de meest voorkomende klachten en hebben vaak een grote invloed op het dagelijks functioneren. In de meeste gevallen herstelt dit vanzelf na enkele dagen of weken. Wanneer het langer duurt is het verstandig om er eens naar te laten kijken door een fysiotherapeut. Ook in de eerste weken van de rugklachten kan uw fysiotherapeut u begeleiden in het herstel met onder andere til- en beweegadvies, medical taping en oefentherapie gericht op de stabiliteit van de romp. Wanneer de rugpijn plotseling is ontstaan, wat vaak omschreven wordt als ‘het schoot er in’, spreken we van acute lage rugpijn. Naast acute lage rugpijn zijn er specifieke aandoeningen in de rug die wat intensievere begeleiding vragen.

Hernia

Een hernia is een uitstulping van een tussenwervelschijf. De tussenwervelschijf of discus bestaat uit een kraakbenig omhulsel met daarin een geleiachtige kern, het draagt bij aan de beweeglijkheid tussen de ruggenwervels. Vanuit het onderste deel van de wervelkolom lopen de beenzenuwen naar de benen. Bij druk van de uitgepuilde tussenwervelschijf op een beenzenuw ontstaat beenpijn. Dit wordt ‘ischias’ genoemd. Daarnaast kunnen er tintelingen, dove plekken in het been of slapte van bepaalde spieren optreden. De klachten in het been kunnen ook pas opspelen nadat u al jaren met lichte rugklachten rondloopt.

Scoliose

Bij een scoliose is de wervelkolom zijwaarts vergroeid. Dit kan naar één kant zijn, dan spreken we van een C-vormige scoliose, of naar twee kanten, dat wordt een S-vormige scoliose genoemd. Vaak draait de wervelkolom ook nog eens om haar as, daardoor ontstaat er op borsthoogte aan de rugkant een bolling, oftewel een bochel. Deze verkromming geeft vooral pijn bij het vooroverbuigen en kan een algemene bewegingsbeperking in de rug veroorzaken. Andere gevolgen kunnen zijn: een gekanteld bekken, ongelijke beenlengte, hoofdpijn, uitstralende pijn naar de benen en vermoeidheid door verminderde longfunctie.

Overigens hoeft een scoliose niet per se klachten te geven. Zeker bij kinderen zijn er in de regel zelfs helemaal geen klachten. Dat neemt niet weg dat bij kinderen behandeling wel nodig is, om klachten in de toekomst te voorkomen.

Hoe eerder je een scoliose ontdekt, hoe beter de behandeling kan zijn. Een behandeling duurt vaak erg lang. Kinderen die nog niet zijn uitgegroeid blijven, tot zij zijn uitgegroeid, onder controle bij een orthopeed en fysiotherapeut. Het hoofddoel van de behandeling is ervoor te zorgen dat je wervelkolom niet verder verkromt. Daarbij wordt aandacht besteed aan de rompspieren, de houding en de beweeglijkheid van de wervelkolom.

Chronische Lage Rugpijn

We spreken van chronische rugpijn als de klachten langer dan 12 weken in terugkerende perioden aanwezig zijn. De klachtenvrije perioden worden bij chronische rugpijn steeds korter, waardoor er uiteindelijk chronische rugpijn ontstaat. In de laatste jaren is steeds meer aangetoond dat gedrag en lichamelijke processen samenhangen en ervoor kunnen zorgen dat acute rugpijn, chronische rugpijn wordt.

Chronische rugpijn heeft een grote impact op het uitvoeren van werk en alledaagse activiteiten. Dat maakt chronische rugpijn zo ernstig. Ongeveer 1 op de 5 volwassenen heeft te maken met terugkerende rugklachten.  Belangrijke factoren die hierin meespelen zijn overmatige spierspanning en bewegingsangst, maar ook andere factoern zoals over- en ondergewicht, ongezonde voeding, roken, alcohol en onregelmatg slapen kunnen een rol spelen bij het telkens terugkeren van rugklachten.

Klachten en symptomen bij rugklachten

Door rugklachten kunnen alledaagse dingen zoals sokken aantrekken als een hindernis vormen. Meestel zijn activiteiten waarbij u moet bukken of hurken beperkt en pijnlijk en in de ernstige gevallen kunt u nog amper uw bed uit komen. Pijn, stijfheid en beperkte beweeglijkheid zijn dan ook het meest voorkomende klachten bij rugproblemen. Wanneer er zenuwen bij betrokken zijn, zoals bij een hernia, kunt u tintelingen in de benen, spieruitval en dove, gevoelloze plekken ervaren. Op het moment dat daar sprake van is, is het verstandig om eerst een bezoek aan de huisarts te brengen.

Mogelijke symptomen bij rugklachten:

  • Constante zeurende pijn
  • Pijnlijke steken bij bepaalde bewegingen
  • Stijfheid
  • Bewegingsbeperking
  • Tintelingen in benen
  • Pijnscheuten door de benen
  • Dove, gevoelloze plekken op de benen
  • Spieruitval

Wat doet de fysiotherapeut

De fysiotherapeut zal bij rugklachten onder andere ingaan op de houding, de manier van uitvoeren van bepaalde handelingen en de rompstabiliteit. De rompstabiliteit, ook wel core-stability genoemd, is erg bepalend voor de belasting op de rug. Wanneer de samenwerking tussen de rompspieren onvoldoende is, zal de meeste belasting op de rug komen. Het is daarom van belang dat de samenwerking tussen de rompspieren goed is, zodat de rug goed ondersteund wordt door meerdere spieren. In de therapie zal u hier ook verschillende oefeningen voor krijgen, opbouwend in moeilijkheid.

Ook komen veel klachten voort uit een verkeerde houding. Als iemand met een kantoorbaan 8 uur per dag in een verkeerde houding aan het werk is, is het ook niet vreemd dat diegene klachten in de rug ontwikkelt. De therapeut zal adviseren over bijvoorbeeld de inrichting van de werkplek, het uitvoeren van bepaalde activiteiten en hoe u het beste met de klachten om kan gaan. Zeker bij chronische rugpijn speelt bewegingsangst regelmatig een rol. Wij zijn er voor om samen met u het vertrouwen in de rug terug te krijgen en deze sterker te maken om klachten in de toekomst te voorkomen.

Wat zijn heupklachten

Heupklachten zijn pijnklachten die zich in en rond de heup bevinden. Heupklachten komen op iedere leeftijd voor. Vaak ontstaan deze door (overmatig) sporten, overbelasting of slijtage. Soms is het onduidelijk of de pijn in de heup voorkomt uit een aandoening van het heupgewricht of dat deze door een aandoeningen veroorzaakt is elders in het lichaam, zoals de rug, het bekken of de knie. Om de pijn in de heup te verhelpen, is het daarom belangrijk om eerst de bron van de pijn in de heup te ontdekken.

De meest voorkomende heupklachten zijn de slijmbeursontsteking en slijtage. Bij vergevorderde slijtage is er de mogelijkheid om de heup te vervangen door een prothese. Afhankelijk van de staat van de botten wordt er gekozen voor een totale heup prothese of alleen een prothese van de kop van het dijbeen.

Een slijmbeursontsteking is meestal het gevolg van overbelasting, bijvoorbeeld langdurige belasting bij hardlopen. De slijmbeurs raakt dan geïrriteerd en wordt erg pijnlijk, soms in combinatie met een rode, warme, gezwollen heup. Behalve overbelasting kan het ook worden veroorzaakt door een val op de heup. De slijmbeurs krijgt dan zo’n klap dat deze geïrriteerd raakt en gaat ontsteken.

Andere, minder vaak voorkomende, klachten aan de heup zijn:

  • Aangeboren heupontwrichting (heupluxatie)
  • Avasculaire necrose
  • Heupdysplasie (ontwrichting)
  • Heupfractuur
  • Labrum letsel

Klachten en symptomen bij heupklachten

Slijtage in de heup kenmerkt zich door pijn in de lies, opstart problemen en een beperking in de beweeglijkheid. De pijn in de heup is het ergst wanneer u een tijdje stil heeft gezeten of gelegen. Eenmaal in beweging nemen de klachten af, tot het moment dat u te veel heeft gedaan. Na bijvoorbeeld een lange wandeling of fietstocht kant het zijn dat de heup toch te veel is belast, waarna de klachten weer toenemen.

Een slijmbeursontsteking is pijnlijk bij bewegen, maar kan ook veel pijn geven in rust. Slapen op de aangedane zijde is dan ook vrijwel niet mogelijk, wat voor een verstoorde nachtrust zorgt. De pijn bij bewegen speelt vooral op bij bewegingen waarbij veel beweging plaatsvindt in de heup, zoals fietsen, traplopen, hurken en wandelen.

Wat doet de fysiotherapeut

De fysiotherapeut zoekt samen met u eerst naar de kern van het probleem. Het is namelijk mogelijk dat de oorzaak niet in de heup zit, maar in de knie, enkel of rug. Als duidelijk is waardoor de klachten worden veroorzaakt, kan de fysiotherapeut gericht een behandeling inzetten. Bij een versleten heup is het vooral belangrijk dat u blijft bewegen, de fysiotherapeut geeft u hierbij advies over welke activiteiten wel en niet kunnen. Daarnaast zullen de spieren rondom het heupgewricht worden versterkt, zodat deze het gewricht beter kunnen ondersteunen. Hetzelfde geldt na een operatie. Voor de operatie is er een lange tijd met pijn aan vooraf gegaan, waardoor de spieren verzwakt zijn en de beweeglijkheid is beperkt. Dit moet na de operatie weer rustig opgebouwd worden. Overbelastingsklachten zoals een slijmbeursontsteking zullen vooral worden behandeling met advies en een aangepaste belasting van de heup. Ook het looppatroon wordt bekeken, om te kijken of daar nog wat in te veranderen is. Hiervoor staan wij ook in contact met verschillende podologen.

Wat zijn knieklachten

De knie bestaat uit verschillende structuren, zoals de meniscus, kruisbanden, kniebanden, kraakbeen, de knieschijf en het boven- en onderbeen. Wanneer door een verdraaiing, val, overbelasting of slijtage schade ontstaat aan één of meerdere structuren, dan kan dit zorgen voor pijn, zwelling en een instabiliteit van het kniegewricht. In dat geval spreken we van knieklachten. Bij sportblessures, die vaak veroorzaakt worden door een verdraaiing van de knie, zijn meestal meerdere structuren beschadigd. Een voorbeeld is de Unhappy Triod, waarbij de voorste kruisband, binnenste knieband en de binnenste meniscus alledrie beschadigd zijn.

Naast bovenstaande oorzaken is het ook mogelijk dat uw knie zodanig is aangetast door artrose, dat het kniegewricht wordt vervangen door een prothese. Na zo’n ingrijpende operatie is het belangrijk dat u goede begeleiding krijgt in uw revalidatie.

Veel voorkomende knieklachten zijn:

  • Artrose
  • Totale Knie Prothese
  • Kruisbandletsel
  • Meniscusletsel
  • Knieband letsel
  • Jumper’s Knee
  • Patello-femoraal pijnsyndroom
  • Peesontstekingen van de Quadriceps of Hamstrings
  • Osgood Schlatter

Klachten en symptomen bij knieklachten

Afhankelijk van de oorzaak van de oorzaak kunt u verschillende klachten ervaren. Bij schade aan de meniscus kunt u bijvoorbeeld het gevoel hebben dat de knie ‘op slot’ zit, kunt u door de knie zakken en kan er zwelling in het kniegewricht zitten. Pijn is uiteindelijk de meest voorkomende klacht bij knieproblemen. Door de pijn kunt u beperkt worden in het uitvoeren van dagelijkse dingen, zoals naar supermarkt lopen of fietsen en traplopen, maar ook sporten zal niet of moeizaam gaan. Vaak wordt ook de beweeglijkheid van de knie beperkt, doordat u niet verder kunt bewegen door de pijn. Bij het verrekken of scheuren van de knie- of kruisbanden zal de pijn vooral in combinatie met instabiliteit optreden. Deze banden zorgen namelijk voor de stabiliteit van de knie.

Na een operatie voelt de knie meestal pijnlijk en instabiel aan. De knie kan rood, gezwollen en warm aanvoelen, dat is na een operatie een normale reactie en moet na een paar dagen minder worden. Bij een knieprothese duurt het ook even voordat u gewend bent aan het nieuwe gewricht. Met name de beweeglijkheid en de kracht zullen in het begin duidelijk beperkt zijn.

Mogelijke symptomen bij knieklachten:

  • Pijn net onder de knieschijf
  • Pijn in het gewricht
  • Pijn achter de knieschijf
  • Pijn in de knieholte
  • Zwelling en/of bloeduitstorting
  • Slotklachten
  • Instabiliteit (‘door de knie zakken’)
  • Beperkte beweeglijkheid
  • Verminderde kracht

Wat doet de fysiotherapeut

De fysiotherapeut zoekt samen met u naar de oorzaak van uw klachten en kan op basis daarvan een oefenprogramma voor u opstellen. Als de oorzaak overbelasting is, is het belangrijk om eerst te achterhalen waar die overbelasting vandaan komt en tijdelijk de belasting op de knie aan te passen. Naast oefeningen kan medical taping toegepast worden bij onder andere klachten rond de knieschijf of ter ondersteuning van de knie stabiliteit.

De eerste fase na een operatie is er voornamelijk op gericht om de pijn en zwelling af te laten nemen door aangepast belasting. Wanneer het ontstekingsproces na de operatie voorbij is, kan de belasting geleidelijk opgevoerd worden. Door middel van oefeningen gericht op onder andere stabiliteit, kracht en beweeglijkheid wordt de belastbaarheid van de knie opgebouwd naar een goed functionerende knie, waarmee u uw dagelijkse activiteiten weer normaal uit kunt voeren en eventueel weer kunt gaan sporten.

Wat zijn enkelklachten?

Het enkelgewricht vormt de verbinding tussen de voet en het onderbeen. Om het gewricht heen zitten banden en een kapsel. Deze zorgen voor stevigheid en geleiden de bewegingen in het gewricht. De klacht aan de enkel die het meest voorkomt is een verstuiking. Bij een verstuiking rekken de enkelbanden op of scheuren. De bloedvaatjes die hier zitten scheuren ook. Dit zorgt voor een flinke zwelling van de enkel. Een verstuikte enkel doet in het begin vaak zo zeer dat je er niet op kunt lopen. Dit is normaal en heeft als functie dat de enkel genoeg rust krijgt om te herstellen. Naast een verzwikking kunnen er ook andere oorzaken zijn voor enkelklachten. Hierbij kunt u denken aan slijtage, breuken of chronische pijnklachten.

Klachten en symptomen bij enkelklachten

Na een verstuiking is de enkel pijnlijk en gezwollen. Ook kan deze rood worden en warm aanvoelen. Doordat de enkelbanden opgerekt zijn en er zwelling in het gewricht zit, kunt u een instabiel gevoel hebben in de enkel. Door de pijn en het instabiele gevoel zullen activiteiten als lopen, autorijden en traplopen in het begin erg moeizaam gaan. In de loop van de tijd zullen de klachten afnemen en kunt u deze activiteiten meestal weer zonder problemen hervatten.

Wanneer er sprake is van slijtage in de enkel, dan ervaart u de klachten die kenmerkend zijn bij artrose: opstartproblemen ’s ochtends of na lang stilzitten, stijfheid in het gewricht, zwelling, pijn in het begin van activiteit en na langdurige belasting. Hierover kunt u meer lezen onder het stuk “Artrose”.

Wat doet de fysiotherapeut

In principe hoeft de fysiotherapeut de eerste weken niets te doen. Wel kunnen wij begeleiding bieden bij het herstel door bijvoorbeeld de enkel te tapen ter ondersteuning of om vocht af te voeren. De tape helpt ook preventief door een nieuwe verzwikking te voorkomen. Dit is niet alleen pijnlijk, maar dit vertraagt ook het herstel. Wanneer de enkel weer meer belast kan worden zal de fysiotherapeut helpen om  de belastbaarheid van de enkel te vergroten door bijvoorbeeld kracht- en stabiliteitsoefeningen. Zeker wanneer enkelbanden zwak blijven is dit belangrijk.

Wat is een frozen shoulder

Een frozen shoulder wordt gekenmerkt door pijn in en rondom de schouder, vaak uitstralend tot in de bovenarm. Deze pijn houdt vaak weken aan en neemt geleidelijk in ernst toe. Na enige weken tot maanden treedt er een toenemende stijfheid in de schouder op. De pijn wordt veroorzaakt door een ontsteking van het binnenste van het gewrichtskapsel. De bewegingsbeperking ontstaat door een geleidelijk toenemende verstijving van het buitenste van het gewrichtskapsel

Een frozen shoulder ontstaat vaak zonder duidelijke aanleiding en wordt regelmatig in eerste instantie gediagnostiseerd als een slijmbeursontsteking of peesontsteking. Pas na verloop van enkele weken tot maanden wordt de werkelijke diagnose gesteld. Soms is er een duidelijk verband met een voorafgaande gebeurtenis (val of operatie) of aandoening.

Het verloop van een frozen shoulder kent drie stadia:

  1. De ‘verstijvende’ fase
    Deze duurt zes weken tot maximaal negen maanden. De pijn neemt geleidelijk toe en de beweeglijkheid neemt af.
  1. De frozen – ‘bevroren’ fase
    De pijn in de schouder neemt langzaam af, maar de stijfheid blijft. Deze fase duurt vier tot negen maanden.
  1. De ‘ontdooiende’ fase
    De pijn vermindert verder en de beweeglijkheid komt langzaam terug tot (nagenoeg) normaal. Deze fase duurt tussen de vijf maanden en twee jaar. Circa 5 procent van de mensen met een frozen shoulder houdt ook na de laatste fase langere tijd een pijnlijke en stijve schouder.

Zo’n 2 tot 5% van de Nederlandse bevolking heeft wel eens een frozen shoulder gehad, vaak tussen het 40ste en het 60ste levensjaar. Mensen met diabetes lopen meer risico. Onder hen heeft tussen de 10 en 23% last van een frozen shoulder. Bij diabetespatiënten duurt de aandoening vaak langer en is het effect van de behandeling minder goed te voorspellen. Een te snel of te langzaam werkende schildklier, de ziekte van Parkinson en bepaalde hart- en vaatziekten, zoals een hersenbloeding, verhogen ook de kans op een frozen shoulder.

Klachten en symptomen bij een frozen shoulder

Een frozen shoulder kenmerkt zich door pijn en toenemende beperking in de beweeglijkheid van de schouder. De zeurende pijn is vrijwel continu aanwezig en verergert bij plotselinge bewegingen. De pijn kan nog minuten lang aanhouden na een plotselinge beweging. Ook de arm te lang stilhouden is vervelend en liggen op de zij is vaak onmogelijk. U voelt de pijn vooral diep in de schouder en vaak ook in de bovenarm. U kunt uw schouder niet goed bewegen, ook niet als een ander dit bij u probeert. Bewegingen zoals iets uit een hoge kast pakken, aankleden en autorijden zijn ernstig beperkt door pijn en verminderde beweeglijkheid.

Wat doet de fysiotherapeut?

Het herstel van een frozen shoulder is een langdurige proces, waarbij u rekening moet houden met minimaal een half jaar herstel. In sommige gevallen kan het echter zelfs enkele jaren duren. Het belangrijkste bij het herstel van een frozen shoulder is het blijven bewegen. Om nieuwe overbelasting tijdens het herstel te voorkomen is het verstandig om dit onder begeleiding van een fysiotherapeut te doen. De fysiotherapeut zorgt er samen met u voor dat de schouder sterker wordt en soepel blijft, zodat de schouder in de toekomst weer goed belastbaar is.

Wat is hielspoor?

Hielspoor is een verkalking onder de hiel, bij de aanhechting van de pees die naar de voorvoet loopt. Hielspoor hoeft geen klachten te geven, maar kan bij overbelasting wel een ontsteking in de peesplaat veroorzaken. Deze ontsteking geeft een hevige, aanhoudende pijn onder de voet, bij de hiel. Factoren die het risico op hielspoor vergroten zijn onder andere; overbelasting door sporten, slecht schoeisel, bergwandelen, overgewicht en veel en lang staan. Ook een verkorte kuitspier, platvoeten of holle voeten, een klemzittende zenuw, weinig dempend vetweefsel onder de hiel (met name bij ouderen) of een stijve voetzool (als een schoen bijvoorbeeld niet goed afwikkelt) kunnen hielspoor in de hand werken.

Klachten en symptomen van hielspoor

De meest kenmerkende klacht bij hielspoor is pijn onder de hiel, vooral ’s ochtends of na langere tijd stil zitten. De pijn is vaak aan de voorkant van de hiel voelbaar maar soms voelt de hele onderkant van de voet beurs. Vaak helpt het dan om wat te lopen en op te warmen, maar dat is pas na enige tijd te merken. Lang stilstaan is pijnlijk. Vooral mensen die een staand beroep uitoefenen ondervinden daar hinder van.  Een andere typische klacht bij hielspoor is hielpijn bij autorijden. Dit komt de onnatuurlijke houding van de voet. Blijf niet te lang doorlopen met hielspoor, want hoe langer hielspoor onbehandeld blijft, hoe moeilijker u er vanaf komt.

Wat doet de fysiotherapeut

Hielspoor verdwijnt bijna nooit spontaan, maar is goed te behandelen. De fysiotherapeut zal onder andere advies geven over de belasting van de voet, bijvoorbeeld welke sporten of activiteiten beter tijdelijk gemeden kunnen worden.  Bij KennemerFysio behandelen we hielspoor regelmatig met Shockwave. Ook steunzolen kunnen goed helpen bij hielspoor, wij staan ook in contact met verschillende podologen die hierbij kunnen helpen.

Wat is een tenniselleboog?

Een tennisarm is een overbelasting van pezen en/of spieren van de onderarm (de zogenaamde ‘polsstrekkers’). De aanhechtingen van de pezen van deze spieren zitten aan de buitenkant van de elleboog. Soms zit de overbelasting aan de binnenzijde van de elleboog. Dat heet een golfersarm. De pijn is erg vervelend, maar niet schadelijk. In de meeste gevallen komt het voor aan de zijde die u het meest gebruikt als gevolg van overmatig gebruik van de onderarmspieren door herhaalde bewegingen. Voorbeelden hiervan zijn schilderen, kleding uitwringen, een schroevendraaier gebruiken, veelvuldig gebruik van computermuis.

Klachten en symptomen bij een tennisarm

Een veelgehoorde klacht is een pijnlijke plek op en rond het bot aan de buitenzijde van de elleboog. De pijn kan uitstralen in de onderarmspieren en neemt toe bij bovenhands tillen van (zware) voorwerpen, knijpen (zoals bij iemand een hand geven) en bij strekken van de pols terwijl de elleboog recht is. Het vasthouden van voorwerpen zoals een mes, vork of een kopje of een pen kan moeilijk zijn. Ook kan het soms lastig en pijnlijk zijn om uw arm volledig te strekken en zijn er klachten tijdens het gebruik van een computermuis. Bij een golfersarm zit de pijn aan de binnenzijde van de elleboog. Knijpen en onderhands tillen zijn handelingen waarbij de klachten geprovoceerd worden.

Wat doet de fysiotherapeut

Het is belangrijk te weten dat een tennis- of golfersarm in de meeste gevallen vanzelf over gaat. De fysiotherapeut kan u wel begeleiding bieden in het herstelproces, waardoor de omstandigheden voor het herstel zo optimaal mogelijk zijn. Tips en adviezen over het gebruik van de arm en de omgang met de klachten zijn hierbij een van de belangrijkste punten. Daarnaast kan de therapeut behandeltechnieken toepassen om het weefsel goed doorbloed te houden. Ook medical taping kan toegepast worden om de spieren te ondersteunen. Bij KennemerFysio behandelen we tennis- en golfersellebogen vaak met Shockwave. Toepassing van Shockwave is bij deze klachten effectief bewezen volgens wetenschappelijk onderzoek.

Wat zijn polsklachten?

Bij polsklachten hebben we het over letsel aan het polsgewricht. Meestal gaat het om een letsel na een trauma, zoals een val op de uitgestrekte hand. Twee op de drie polsblessures ontstaan door een val. Jaarlijks lopen in Nederland gemiddeld 100.000 mensen blessures aan de pols op. Vier op de vijf blessures ontstaan acuut. Jonge sporters is een kwetsbare groep, maar ook ouderen kunnen kwetsuren oplopen als gevolg van een val. Na een val kunnen de banden en het kapsel rond de pols opgerekt en soms gescheurd zijn. Ook het kraakbeen of de banden in de pols kunnen beschadigd raken.  Een andere veel voorkomende oorzaak van polsklachten is overbelasting. Er is dan sprake van een chronische irritatie van weke delen zoals spieren, pezen en banden. Deze overbelasting wordt veroorzaakt door moeilijke, herhalende of (te) zware activiteiten, werk of sportoefeningen.

Klachten en symptomen bij een blessure aan de pols

Na een trauma kunt u letsel aan de pols herkennen aan:

  • (Druk) pijn en warmte rond het polsgewricht
  • Belemmering bij het bewegen van de pols
  • Zwelling van het polsgewricht
  • Verkleuring van het polsgewricht

Overbelasting van de pols herkent u aan:

  • Pijn in de pols die optreedt aan het begin, tijdens of na de inspanning
  • Pijn bij het buigen en strekken
  • Pijn na langdurig bewegen
  • Pijn bij het bewegen tegen weerstand of tillen van zware voorwerpen
  • Zwelling en soms warmte en roodheid

Wat doet de fysiotherapeut?

Na een val is er vaak letsel in de vorm van een breuk of kneuzing. De fysiotherapeut zal in dat geval begeleiding bieden bij het herstel, om in die fase een overbelasting te voorkomen. Geleidelijk zal de belasting op de pols weer opgevoerd worden om zo de kracht, stabiliteit en de beweeglijkheid van de pols zo optimaal mogelijk te krijgen. Bij overbelasting zoekt de therapeut samen met u naar de oorzaak van de klacht en kijkt samen met u of er aanpassingen mogelijk zijn op de werkplek of in de manier waarop u de pols belast. Daarnaast zal ook hierbij aandacht worden besteedt aan het vergroten van de belastbaarheid van de pols, bijvoorbeeld door het verbeteren van de stabiliteit van de pols.